K..wijf

Het kan soms voorkomen dat je een mooi, goed en inhoudelijk gesprek hebt met een kind over zijn situatie thuis. Samen met het kind heb je in kaart hebt gebracht wat de mooie dingen zijn in zijn leven, wat de minder leuke kanten zijn en welke wensen hij heeft.

Er was openheid en humor, inspanning en ontspanning. Alles overziend ben je tevreden, er is veel besproken en je hebt voldoende aanknopingspunten om een volgende stap te kunnen zetten met dit gezin. Top!

Dan volgt de voorbereiding van de terugkoppeling met ouders. Je bespreekt met het kind op welke manier de informatie met ouders wordt gedeeld. Wil het kind zelf vertellen en ondersteun jij? Of andersom? Al doende merk je dat het kind steeds stiller wordt. Je trapt op de rem en zet je eigen gedachten en plannen even on hold. Je vraagt aan het kind: “Ik merk dat je stiller wordt. Je lijkt een beetje afwezig. Klopt dat?” En dan komt, na enig twijfelen, de spreekwoordelijke aap uit de mouw. Het kind heeft in het gesprek aangegeven dat papa steeds “K….wijf” roept als hij boos is op mama. En het voelt hartstikke spannend als dat woord straks in het gesprek met ouders wordt herhaald. Eigenlijk wil hij helemaal niet dat dit negatieve punt aan de orde komt in de terugkoppeling. Daar zit je dan. Je vindt de informatie erg relevant en wil graag met ouders bespreken wat de scheldpartijen van vader doen met hun kind. Wat nu?

Ismeta, mede-ontwikkelaar van Mijn Leven en trainer, heeft vaker met dat bijltje gehakt:

“Probeer de zorg of de kritiek om te bouwen naar een wens. De inhoud is hetzelfde, maar de toon is vriendelijker. En vraag vooral het kind om die wens te formuleren. Dus als papa steeds K….wijf roept als hij boos is op mama, vraag je aan het kind:  Wat zou je dan wel willen in plaats van die scheldwoorden? Als antwoord komt dan vrij vlot, zo heeft mijn ervaring geleerd, een wens. Bijvoorbeeld: Ik zou willen dat papa geen lelijke woorden zegt als hij boos is op mama. In de terugkoppeling voelt het kind zich veilig genoeg om die informatie te delen en vader voelt feilloos aan wat het kind bedoelt.”

Afbeelding van S. Hermann & F. Richter via Pixabay