Gespreksregels: voor betrouwbaarheid en houvast

Kinderen zijn in gesprekken met volwassenen gewend aan bepaalde omgangsvormen. Omgangsvormen die ze vanuit huis of op school hebben geleerd.

Het voeren van een gesprek met iemand die belangrijke beslissingen over je kan nemen, is best spannend. Het zorgt ervoor dat een kind vaak wat afwachtend reageert en extra beleefd wil zijn. En dan een professional niet corrigeert wanneer die iets wat het kind zegt verkeerd begrijpt. Of welwillend meegaat in een suggestie of reageert op een toon en dan informatie geeft die niet klopt.

In forensische interviews (o.a. Scharloo, Taxatiegesprekken, 2016) wordt daarom standaard aan het begin van het gesprek een aantal vaste gespreksregels doorgenomen. Gespreksregels die gaan over niet raden of gokken wanneer je een antwoord niet weet, het mogen corrigeren van de volwassene, om uitleg vragen als je iets niet begrijpt en alleen vertellen wat er in het echt gebeurd is. Het doornemen van dat soort gespreksregels helpt de betrouwbaarheid van de informatie te vergroten. En het helpt kinderen houvast te geven in het gesprek. Niet alleen bij forensische interviews maar ook bij andere serieuze gesprekken van kinderen met professionals kun je aan het begin van het gesprek gesprekregels doornemen.

Als je werkt met Mijn Leven zou je de gespreksregels als volgt kunnen toelichten:

“Wij kennen elkaar nog niet zo goed en gaan zo meteen praten over jouw leven. Dat doen we met kaartjes waar een heleboel vragen op staan. En als jij antwoorden gegeven hebt, vraag ik soms nog extra dingen omdat ik je graag goed wil leren kennen en begrijpen. Vooraf wil ik graag een paar afspraken met je maken. Zal ik die even toelichten?

  • Als je een antwoord weet, geef je het antwoord gewoon. En als je een antwoord niet weet, dan ga je niet raden, maar zeg je gewoon: “Ik weet het niet”.

Eventueel kun je deze regel oefenen: Als ik jou bijvoorbeeld vraag wat zit er in …  (wijs naar een afgesloten tas of kast), wat zeg jij dan? Goed zo, want jij kan niet zien wat er in de kast zit, dus dan ga je niet raden maar zeg je gewoon “Ik weet het niet”. Super!

  • En als ik iets zeg dat niet goed is of ik begrijp iets niet goed, dan wil ik dat jij zegt ‘Dat is niet goed! En dan vertel jij hoe het wel is. Oké?

Ook die kun je oefenen: Dus als ik zeg, jij bent 100 jaar, wat zeg jij dan?

  • En wanneer ik moeilijke zinnen maak of een woord gebruik dat je niet kent, dan kun je dat tegen me zeggen. Dan kan ik het op een andere manier kan uitleggen. Voorbeeld: Dus als ik vraag; wat is jouw domicilie? Wat zou jij dan zeggen? Precies want domicilie is een moeilijk woord he? Ik vraag het nu anders: waar woon jij? Heel goed, want domicilie betekent waar je woont. Dus zeg het me als ik een moeilijk woord gebruik.
  • En nog eentje: we gaan ook praten over dingen in jouw leven en wat er bij jou thuis allemaal gebeurt. Ik weet de antwoorden niet, want ik ben er niet bij. Het is belangrijk dat je me vandaag alleen vertelt over wat er in het echt is gebeurd. Niet over wat je op televisie hebt gezien. Of op social media hebt gelezen. Of wat iemand anders tegen je gezegd heeft dat je moet zeggen. Zullen we afspreken dat je alleen vertelt over wat er in het echt in jouw leven is gebeurd?
  • En de allerlaatste; soms stel ik misschien een hele domme vraag of stel ik twee keer dezelfde vraag. Dat komt omdat ik het dan nog niet helemaal begrepen heb. Dan wil graag dat je het nog een keertje uitlegt. Is dat goed?”

De gespreksregels hebben we ook op onze website geplaatst. Je kunt ze uitprinten en op tafel leggen tijdens het gesprek. Als reminder. Klik hier en je komt op de goede plek uit om de gespreksregels te downloaden. En weet je wat ook fijn is? Je hoeft je niet aan te melden of gegevens achter te laten. Helemaal gratis. Doe er je voordeel mee!

afbeelding van Alicja via Pixabay

Op de hoogte blijven?

Volg dan de Kiddocom-pagina op LinkedIn

Lees ook deze blogs